Aprendé a hablar neerlandés como se habla en la vida real:
con frases simples, vocabulario esencial, historias cotidianas,
etimología fácil, pronunciación clara y muchas emociones.
Hacer planes y hablar del futuro cercano
✨ Ik ga Nederlands leren. → Voy a aprender neerlandés
✨ Ik ga werken. → Voy a trabajar
✨ Wij gaan op vakantie. → Nos vamos de vacaciones
✨ Vanavond ga ik een boek lezen. → Esta noche voy a leer un libro
✨ Wat ga jij morgen doen? → ¿Qué vas a hacer mañana?
Regla gramatical:
• gaan + infinitivo
• Se usa para hablar del futuro cercano
Verbos en pasado: frases y regla Soft Ketchup
🕰️ werken → werkte → Ik heb gewerkt.
🕰️ slapen → sliep → Ik heb goed geslapen.
🕰️ drinken → dronk → Ik heb koffie gedronken.
🕰️ bellen → belde → Ik heb de dokter gebeld.
🕰️ zijn → was → Ik was thuis.
🕰️ doen → deed → Ik heb het gedaan.
Soft Ketchup:
• Si la raíz termina en t, k, f, s, ch, p → pasado termina en -te/-ten
• Ejemplo: werken → werkte
• Si no → termina en -de/-den
• Ejemplo: bellen → belde
Supermercado: alimentos y productos reales
🛒 Ik koop groenten en fruit. – Compro verduras y frutas
🛒 Ik hou van sinaasappels. – Me encantan las naranjas
🛒 Ik drink gember in mijn thee. – Tomo jengibre en mi té
🛒 Ik koop melk en pindakaas. – Compro leche y manteca de maní
🛒 Ik was mijn kleren met wasmiddel. – Lavo mi ropa con detergente
🛒 Ik poets mijn tanden met tandpasta. – Me cepillo los dientes con pasta dental
En la consulta médica
⚕️ Ik ben verkouden. – Estoy resfriado
⚕️ Ik heb keelpijn. – Me duele la garganta
⚕️ Mag ik een afspraak maken? – ¿Puedo pedir una cita?
⚕️ Mijn afspraak is om 10 uur. – Mi cita es a las 10
⚕️ De dokter doet een behandeling. – El médico hace un tratamiento
⚕️ Ik heb geen pijn meer. – Ya no tengo dolor
Comprar ropa y aprovechar los errores
👗 Anna koopt een jurk met een gat. – Anna compra un vestido con un agujero
👗 Ze krijgt korting. – Recibe un descuento
👗 Betty ziet een vlek in een jurk. – Betty ve una mancha en un vestido
👗 De verkoopster zegt: “Vijf euro!” – La vendedora dice: ¡Cinco euros!
👗 Betty is blij. – Betty está feliz
Poesía y emociones en neerlandés
✨ Vrijdagmiddag, ik maak mijn laatste thee. – Viernes por la tarde, preparo mi último té
✨ Ik voel de zon op mijn huid. – Siento el sol en mi piel
✨ We vallen om vrij te zijn. – Caemos para ser libres
✨ Ik pak je vast. – Te abrazo
✨ Er is iets begonnen. – Algo ha comenzado
Diálogos absurdos que te hacen sonreír
✈️ In het vliegtuig eet je geen beschuit. – En el avión no se come tostadas secas
👜 Ik heb een rode tas. – Tengo una bolsa roja
☕ Ik wil koffie drinken en een koekje met chocola! – ¡Quiero tomar café y una galletita con chocolate!
Una amiga de verdad
❤️ Ik zit op mijn balkon. – Estoy en mi balcón
❤️ Ik bel mijn vriendin… zij belt mij! – Llamo a mi amiga… ¡ella me llama!
❤️ We gaan samen wandelen in het bos. – Vamos juntas a caminar en el bosque
❤️ Zij is een leuke vriendin. – Es una amiga genial
❤️ Ik pak mijn jas. Doei! – Tomo mi abrigo. ¡Chau!
Días de la semana en neerlandés
📅 maandag – lunes
📅 dinsdag – martes
📅 woensdag – miércoles
📅 donderdag – jueves
📅 vrijdag – viernes
📅 zaterdag – sábado
📅 zondag – domingo
Pronunciación:
• vrijdag → /ˈvrɛi.dɑx/
• zondag → /ˈzɔn.dɑx/
Meses del año en neerlandés
🗓️ januari – enero
🗓️ februari – febrero
🗓️ maart – marzo
🗓️ april – abril
🗓️ mei – mayo
🗓️ juni – junio
🗓️ juli – julio
🗓️ augustus – agosto
🗓️ september – septiembre
🗓️ oktober – octubre
🗓️ november – noviembre
🗓️ december – diciembre
Colores básicos para expresarte
🎨 rood – rojo
🎨 blauw – azul
🎨 geel – amarillo
🎨 groen – verde
🎨 wit – blanco
🎨 zwart – negro
🎨 grijs – gris
🎨 roze – rosa
🎨 oranje – naranja
🎨 bruin – marrón
Ejemplos:
• Ik draag een rode jurk. – Llevo un vestido rojo
• Mijn tas is zwart. – Mi bolso es negro
Números del 1 al 20 + decenas
1 – één
2 – twee
3 – drie
4 – vier
5 – vijf
6 – zes
7 – zeven
8 – acht
9 – negen
10 – tien
11 – elf
12 – twaalf
13 – dertien
14 – veertien
15 – vijftien
16 – zestien
17 – zeventien
18 – achttien
19 – negentien
20 – twintig
30 – dertig
40 – veertig
50 – vijftig
60 – zestig
70 – zeventig
80 – tachtig
90 – negentig
100 – honderd
Verbos irregulares más usados (con traducción)
• zijn – was / waren – ik ben geweest – ser/estar
• hebben – had / hadden – ik heb gehad – tener
• doen – deed / deden – ik heb gedaan – hacer
• gaan – ging / gingen – ik ben gegaan – ir
• zien – zag / zagen – ik heb gezien – ver
• komen – kwam / kwamen – ik ben gekomen – venir
• krijgen – kreeg / kregen – ik heb gekregen – recibir
• nemen – nam / namen – ik heb genomen – tomar
• denken – dacht / dachten – ik heb gedacht – pensar
• spreken – sprak / spraken – ik heb gesproken – hablar
Conclusión final
Este blog te acompañó a través de:
✔️ Planes reales
✔️ Compras y supermercado
✔️ Visitas médicas
✔️ Ropa con errores y descuentos
✔️ Poesía y emociones
✔️ Amistad auténtica
✔️ Verbos, colores, días, meses y números
✔️ Vocabulario útil, frases cotidianas, gramática viva
Laat een reactie achter. Vertel jouw favoriete zin. Deel deze post.
Blijf vrij. Blijf lachen. Blijf leren. Tot de volgende keer!